ECLI:NL:RBLIM:2022:7874
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA- en TW-uitkering wegens niet gemelde hennepplantage
Eiser ontvangt sinds 2007 een WIA-uitkering en sinds 2008 een TW-uitkering. In 2019 werd in zijn bovenwoning een hennepplantage aangetroffen. Eiser meldde dit niet aan het UWV, dat daarop het recht op uitkering herzag en het te veel ontvangen bedrag terugvorderde. Tevens legde het UWV een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de hennepplantage en geen financieel voordeel te hebben gehad, omdat hij de bovenverdieping tijdelijk had onderverhuurd aan een derde. De rechtbank acht dit niet aannemelijk en volgt het UWV in de veronderstelling dat eiser de exploitant was en inkomsten heeft genoten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het recht op uitkering heeft herzien en het bedrag van € 2.436,45 terugvordert over een ontnemingsperiode van 13 weken. De opgelegde boete van € 40,- is passend en evenredig. Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; het UWV heeft het recht op uitkering terecht herzien, het bedrag teruggevorderd en een passende boete opgelegd.