Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 juli 2026
[belanghebbende] , uit [vestigingsplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Enschede, de inspecteur,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag OB voor het jaar 2017 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar uitsluitend voor zover het betrekking heeft op de vergrijpboete;
- vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 3.078;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het beroep inzake de navorderingsaanslag Vpb 2016 ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.900;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.100;
- veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.200;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 371 vergoedt.