ECLI:NL:RBGEL:2025:11123
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding mestverwerkingsplicht bevestigd zonder matiging
Eiseres, exploitant van een melkveehouderij en varkensfokbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht in 2015, waarbij zij 313 kilogram fosfaat te weinig verwerkte. De minister legde een boete van €3.098,70 op, inclusief een matiging van 10% wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn.
Eiseres betwistte de hoogte van de boete en voerde aan dat de boete disproportioneel was vanwege de beperkte ernst van de overtreding, het geringe financieel voordeel en de locatie van het bedrijf in een gebied zonder mestoverschot. Tevens stelde zij dat de boete verder gematigd moest worden vanwege de overschrijding van de beslistermijn en de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de boete binnen de wettelijke kaders en het boetebeleid viel en dat de omstandigheden van eiseres geen aanleiding gaven tot verdere matiging. De overschrijding van de beslistermijn werd niet als onredelijk beoordeeld, mede omdat beide partijen hadden verzocht om uitstel van behandeling in afwachting van een relevante uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €3.098,70 zonder verdere matiging en verklaart het beroep ongegrond.