Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
- navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2012, 2013 en 2014;
- navorderingsaanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2013 en 2014; en
- de aanslag IB/PVV over het jaar 2016.
Overwegingen
- Is het bezwaar tegen de aanslag IB/PVV 2015 terecht niet-ontvankelijk verklaard?
- Zijn de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012 tot en met 2014 terecht en tot de juiste bedragen opgelegd? Daarbij is voor de jaren 2012 tot en met 2014 in geschil of sprake is van (extra) loon uit dienstbetrekking. Voor het jaar 2014 is daarnaast in geschil of sprake is van inkomsten uit aanmerkelijk belang, omdat een uitdeling heeft plaatsgevonden van [bedrijfsnaam 2] aan eiseres.
- Is omkering en verzwaring van de bewijslast aan de orde?
- Zijn de vergrijpboetes terecht en tot de juiste bedragen opgelegd?
- niet is gebleken dat uitvoering is gegeven aan diverse schuldovername-overeenkomsten die zijn gesloten tussen [bedrijfsnaam 1] enerzijds en [bedrijfsnaam 2] anderzijds;
- niet is gebleken dat de respectievelijke schuldeisers hebben ingestemd met de schuldovernames; en
- uit een vonnis van 27 juli 2016 van deze rechtbank
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de boetebeschikkingen 2012, 2013 en 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betrekking hebben op de vergrijpboetes;
- vermindert de desbetreffende vergrijpboetes tot € 1.870 (2012), € 1.350 (2013) en € 5.490 (2014);
- verklaart het beroep inzake de aanslag IB/PVV 2015 en de boetebeschikking 2015 ongegrond;
- verklaart de beroepen inzake de navorderingsaanslagen IB/PVV 2012, 2013 en 2014 en de navorderingsaanslagen Zvw 2013 en 2014 ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van €3.039;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 48 aan eiseres te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;