Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 14 juni 2019
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
(…) "
- dat verweerder niet beschikt over een nieuw feit en dat de relevante informatie bij verweerder reeds bekend was;
- dat in de jaren 2007 t/m 2009 geen sprake is geweest van resultaat uit overige werkzaamheden;
- dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vereiste aangiften niet zijn gedaan;
- dat het door verweerder in aanmerking genomen resultaat niet berust op een redelijke schatting;
- dat ten onrechte vergrijpboetes zijn opgelegd;
- dat de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro is overschreden;
- dat ten onrechte geen dwangsommen zijn toegekend.
(a) een erfenis van € 130.000 in contanten die eisers echtgenote in 2004 zou hebben ontvangen na de dood van haar vader en die naar Nederland is gesmokkeld;
(b) een bedrag van € 105.000 van een neef van eiser om in 2007 te participeren in een woning en welk bedrag naar Nederland is gesmokkeld nadat de woning al aan eiser en diens echtgenote was geleverd en door hen was betaald;
(c) gelden die zijn overgebleven uit leningen van de Garanti Bank daterend van 1998, 1999 en 2003, en
(d) contant ontvangen huurinkomsten.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen Zvw 2007 en 2008 ongegrond;
- verklaart de beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 2007, 2008 en 2009 en de navorderingsaanslag Zvw 2009 en bijbehorende beschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de navorderingsaanslagen IB/PVV 2007, 2008 en 2009 en Zvw 2009 en bijbehorende beschikkingen;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2007 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.510;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 54.528;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente 2007 en 2008 dienovereenkomstig;
- stelt de vergrijpboetes over 2007 en 2008 vast op 30% van de verschuldigde belasting;
- vernietigt de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2009 en bijbehorende beschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraak op bezwaar voor zover die is vernietigd;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiser van een schadevergoeding tot een bedrag van € 4.000;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 2.298;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 46 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;