Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 7 februari 2017
De erven [X] , te [Z] , eisers
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
Procesverloop
- voor het jaar 1995 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000] .H.57) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen van € 42.683 (ofwel: fl. 94.063). Tevens is bij beschikking € 3.554 (ofwel: fl. 7.832) aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 1996 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000] .H.67) IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen € 38.798 (ofwel: fl. 85.501). Tevens is bij beschikking € 2.820 (ofwel: fl. 6.216) aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 1996 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000] .K.67) VB, berekend naar een belastbaar vermogen van € 452.418 (ofwel: fl. 997.000). Tevens is bij beschikking € 1.139 (ofwel: fl. 2.512) aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 1997 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000] .K.77) VB, berekend naar een belastbaar vermogen van € 438.805 (ofwel: fl. 967.000). Tevens is bij beschikking € 993 (ofwel: fl. 2.190) aan heffingsrente in rekening gebracht.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 4.500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers ten bedrage van € 495;
- gelast dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 90 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;