ECLI:NL:RBDHA:2026:3842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij meerderjarige broer
Eiser, een Jemenitische jongvolwassene, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij zijn meerderjarige broer in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat het jongvolwassenenbeleid niet op eiser van toepassing was en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiser en zijn ouders of broer waren. Wel werd gezinsleven aangenomen met de minderjarige broer en zus, maar de belangenafweging viel in het nadeel van eiser uit.
Eiser voerde aan dat hij onder het jongvolwassenenbeleid viel, dat de gezinsband niet was verbroken ondanks studieverblijf in Jemen, en dat er wel sprake was van financiële, emotionele en praktische afhankelijkheid. Ook stelde hij dat de belangenafweging onjuist was en dat de hoorplicht was geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiser een zelfstandige keuze had gemaakt om in Jemen te studeren, waardoor het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing was. Er waren geen bijkomende afhankelijkheidselementen tussen eiser en zijn ouders of broer. De belangenafweging was zorgvuldig en rechtvaardig, waarbij ook het economisch belang van de Nederlandse staat was meegewogen. De hoorplicht was niet geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.