ECLI:NL:RBDHA:2026:2465
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije op grond van Dublinverordening
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 5 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser eerder via Bulgarije het grondgebied van de EU was binnengekomen en daar een asielaanvraag had ingediend.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was genomen, onvoldoende was gemotiveerd en dat hij niet adequaat was gehoord over zijn bezwaren tegen overdracht aan Bulgarije. Tevens stelde hij dat de situatie in Bulgarije zodanig slecht was dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer kon gelden, onder verwijzing naar het arrest Jawo en recente AIDA-rapporten.
De rechtbank oordeelde dat eiser het beroep ontvankelijk was, ondanks een kleine termijnoverschrijding bij het indienen van gronden. De rechtbank vond dat verweerder voldoende zorgvuldig had gehandeld, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van systeemfouten in Bulgarije die een onmenselijke of vernederende behandeling zouden opleveren.
De persoonlijke omstandigheden van eiser waren betrokken in de beoordeling, maar boden geen grond voor toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.