ECLI:NL:RVS:2025:4765
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen aanvraag
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 1 juli 2025 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep heeft appellant nadere schriftelijke inlichtingen verstrekt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat bijzondere medische omstandigheden aanwezig zijn die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Ook is niet onderbouwd dat het risico op suïcide bij overdracht aan Bulgarije reëel of hoog is, zoals vereist op basis van eerdere jurisprudentie.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar eerdere uitspraken waarin deze rechtsvragen reeds zijn beantwoord en ziet geen reden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.