ECLI:NL:RVS:2025:1642
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen in Dublinprocedure
Appellanten dienden asielaanvragen in Nederland in, maar de minister nam deze niet in behandeling wegens verantwoordelijkheid van Frankrijk volgens de Dublinverordening. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat de minister in de voornemenprocedure onvoldoende op individuele omstandigheden was ingegaan.
De minister stelde hoger beroep in en betoogde dat in Dublinprocedures niet alle individuele omstandigheden expliciet in het voornemen hoeven te worden besproken, mits de dragende overwegingen duidelijk zijn en in het besluit inhoudelijk worden behandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit en oordeelde dat de minister de bezwaren van appellanten in de besluiten wel degelijk heeft betrokken en gemotiveerd heeft afgewezen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen reëel risico bestaat op schending van mensenrechten bij overdracht aan Frankrijk. De medische situatie van een appellant werd ook adequaat beoordeeld.
Omdat de minister inmiddels de asielaanvragen alsnog in behandeling neemt, hebben appellanten geen belang meer bij hun beroepen. De Afdeling verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister de asielaanvragen inmiddels in behandeling neemt.