ECLI:NL:RBDHA:2020:14645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn psychische gesteldheid niet tijdig is gehoord en dat Nederland het meest aangewezen land is voor zijn medische behandeling.
De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening geen strikte termijnen kent voor het nemen van besluiten en dat verweerder binnen de gestelde termijn een terugnameverzoek bij Frankrijk heeft ingediend. Het niet tijdig horen van eiser wordt verklaard door zijn opname in een kliniek en de coronamaatregelen. Een persoonlijk onderhoud heeft uiteindelijk wel plaatsgevonden.
Ten aanzien van de medische situatie van eiser concludeert de rechtbank dat onvoldoende is onderbouwd dat overdracht aan Frankrijk ernstige of onomkeerbare gevolgen voor zijn gezondheid zou hebben. Verweerder hoefde het Bureau Medische Advisering niet te raadplegen en zal een fit-to-fly keuring laten uitvoeren voor overdracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.