Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer 9 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser 2], V-nummer: [v-nummer 2] , moeder en
[eiser 3], V-nummer: [v-nummer 3] , broertje,
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een vader, moeder en broertje met de Syrische nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis asiel om bij hun zoon respectievelijk broer, de referent, in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat niet werd voldaan aan de voorwaarden voor nareis, met name omdat de referent niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid waren vastgesteld.
Eisers voerden in beroep aan dat de referent wel aan het jongvolwassenenbeleid voldoet, dat er sprake is van financiële en emotionele afhankelijkheid, en dat er hechte persoonlijke banden bestaan tussen de referent en zijn broertje. Tevens werd betoogd dat de hoorplicht was geschonden en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de referent niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid omdat hij stappen naar zelfstandigheid heeft gezet, onder meer door het onderhouden van een relatie en het genereren van eigen inkomen. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn tussen de referent en zijn ouders, mede vanwege het ontbreken van medische stukken en onvoldoende onderbouwing van financiële afhankelijkheid. Ook werden de banden met het land van herkomst meegewogen.
Ten aanzien van het broertje stelde de rechtbank vast dat er geen hechte persoonlijke banden zijn die de gebruikelijke omgang overstijgen, mede omdat de zorg voor het broertje ook door de ouders kan worden gedragen. De rechtbank vond dat de minister een voldoende individuele beoordeling had gemaakt en dat het horen in bezwaar terecht was achterwege gelaten. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis asiel wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.