ECLI:NL:RVS:2021:878
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 april 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 12 september 2019 ongegrond verklaard. De rechtbank Den Haag bevestigde deze beslissing op 17 augustus 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet hoefde te horen over zijn bezwaar. Gezien de aangevoerde persoonlijke omstandigheden en de motivatie dat het besluit onevenredig uitpakte, had de staatssecretaris de hoorplicht moeten naleven. Hierdoor werd het eerdere oordeel vernietigd.
De Raad van State vernietigde zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van 12 september 2019 en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen, waarbij de vreemdeling gehoord moet worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege schending van de hoorplicht, en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen.