Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Ten aanzien van het heffen van griffierecht (grief d)
De onafhankelijkheid van de DRZ (grief j)
Het door verweerder gehanteerde afschrijvingspercentage (grief k)
.Bijgevolg sluit de rechtbank aan bij het standpunt van verweerder.
“6Proceskosten
.Nu de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan verweerder als aan de rechter is toe te rekenen zal de vergoeding van deze bedragen op grond van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, r.o. 3.14.2 deels moeten plaatsvinden door verweerder en deels door de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid), waarbij om redenen van eenvoud en uitvoerbaarheid dient te worden uitgegaan van een verdeling waarbij ieder van hen telkens de helft betaalt.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 1.182, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 818, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt verweerder in de helft van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 116,75, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- veroordeelt de Minister van Justitie en Veiligheid in de helft van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 116,75, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf vier weken na openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening;
- neemt voor wat betreft de immateriële schadevergoeding en de proceskostenvergoeding samenhang aan in de zaken met zaaknummers
T.T. Langeveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.