ECLI:NL:RBDHA:2025:9695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Spanje en belangenafweging privéleven
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij al internationale bescherming geniet in Spanje. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en vervolgens een tussenuitspraak gedaan waarin de minister werd opgedragen de gebreken in het besluit te herstellen.
De minister heeft met een aanvullende motivering de gebreken hersteld, waarbij zij heeft toegelicht dat eiser een vluchtelingenstatus in Spanje heeft en dat er sprake is van een zodanige band met Spanje dat het redelijk is dat eiser daar verblijft. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht is uitgegaan van het Eurodac-resultaat en de informatie van de Spaanse autoriteiten.
Verder heeft de minister bij de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro het privéleven van eiser in Nederland meegewogen, maar geoordeeld dat het algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt. De rechtbank volgt dit oordeel en acht het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvraag niet in strijd met het EVRM.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser. Eiser wordt geacht terug te keren naar Spanje waar hij internationale bescherming geniet.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser internationale bescherming geniet in Spanje.