ECLI:NL:RBDHA:2025:4702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt minister in de gelegenheid motiveringsgebreken asielbesluit te herstellen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Soedanese asielzoeker tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren omdat hij reeds internationale bescherming geniet in Spanje. De minister baseerde dit op artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000 en stelde dat de asielzoeker naar Spanje moet terugkeren.
De rechtbank constateerde dat het besluit niet zorgvuldig is gemotiveerd. De minister had onvoldoende onderzocht of de asielzoeker een zodanige band met Spanje heeft dat het redelijk is daarheen terug te keren, zoals vereist in het vreemdelingenbesluit. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met het privéleven van de asielzoeker in Nederland in het kader van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank gaf de minister daarom de gelegenheid om deze motiveringsgebreken via een bestuurlijke lus te herstellen. De minister moet daarbij alle relevante feiten, waaronder de persoonlijke brieven van begeleiders en het verhaal van de asielzoeker, betrekken. De rechtbank houdt de verdere beslissing aan tot de einduitspraak na herstel van het besluit.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid om binnen vier weken de motiveringsgebreken in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissingen aan.