Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- enkele bladzijden uit een AIDA3-rapport, niet nader gedateerd;
- een rapportage van de Swiss Refugee Council van december 2021;
- “The Black Book of Pushbacks” van BVMN4 van 7 december 2022;
- een rapportage van het CPS5 van 10 december 2022;
- een rapportage over pushbacks van BVMN van 11 april 2023;
- een rapportage van HRW6 van 3 mei 2023;
- een uitspraak van het Verwaltungsgericht Braunschweig van 8 mei 2023;
- een rapportage van BVMN van 8 mei 2023;
- een rapportage van de FRA7 van 8 juni 2023;
- een rapportage van SSF8 van 28 juni 2023;
- een rapportage van BVMN van 25 september 2023;
- een rapportage van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS9 van 23 april 2024;
- een rapportage Amnesty International van 24 april 2024;
- een rapportage van Vluchtelingenwerk Nederland uit 2024;
- een landenrapport van de Danish Refugee Council van juni 2024;
- een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Zwolle, van 21 oktober 2024;
- meerdere factsheets van de Danish Refugee Council uit 2024;
- meerdere rapportages van BVMN uit 2024.
- er zijn concrete aanwijzingen dat de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat zijn internationale verplichtingen niet nakomt; of
- bijzondere, individuele omstandigheden maken dat overdracht van de vreemdeling aan de voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming verantwoordelijke lidstaat van een onevenredige hardheid getuigt; of
- er zijn naar het oordeel van de IND15 proceseconomische redenen, met name wanneer de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en na afhandeling van het verzoek in de procedure conform artikel 3.109ca, Vb16, binnen afzienbare tijd terugkeer naar het land van herkomst gewaarborgd is.