Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
wees sterk, God heeft jou niet verlaten’luidt. Ook verklaart eiser dat hij de avond voor het gehoor tijdens Bijbelstudie heeft gelezen over openbaring en over de veranderingen die eiser ervaarde bij het lezen van de bijbel, in vergelijking tot het verleden. Eiser verklaart daarover dat hij eerst de verhalen las en er niets van begreep en dat hij het nu ervaart alsof God direct tegen hem praat. Door verweerder is onvoldoende op deze punten doorgevraagd. Over de kennis van het geloof waarover eiser zou beschikken zijn aan eiser tijdens het gehoor geen vragen gesteld over de inhoud maar enkel vragen zoals:
“Vindt u dat uw kennis van het christendom is toegenomen, hoe is de kennis vergroot ten opzichte van uw vorige asielaanvragen, waaruit blijkt dat u nu meer kennis heeft van het christelijk geloof?”Eiser stelt terecht dat aan hem onvoldoende concrete vragen zijn gesteld over de inhoud van zijn kennis over het geloof. Het bestreden besluit is gelet daarop onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd tot stand gekomen.
‘Konu uw twijfels over de islam niet met anderen bespreken?’Eiser antwoordt daarop”
Ik sprak er met niemand over, maar het was ook niet mogelijk om er over te spreken. Ik leefde voor mezelf en het gaat niemand aan of ik ergens in geloof. Dat was een privézaak. Ikhadgeen behoefte geloofskwesties met anderen te bespreken.Enkele vragen later in het nader gehoor vraagt verweerder:
’Als ik u goed begrijp, had u niet de behoefte anderen te overtuigen van uw visie op de islam?Waarop eiser antwoordt:
‘Die behoeftehadik inderdaad niet. Op afvalligheid in Iran staat de doodstraf. Mensen worden in het openbaar opgehangen om te laten schrikken.”Uit deze verklaringen blijkt voldoende dat eiser hiermee doelt op de wijze waarop hij eerder in Iran omging met zijn afvalligheid en niet hoe hij daaraan op dit moment uiting geeft. Het ligt op de weg van verweerder om hier nader onderzoek naar te verrichten. Uit onder meer de zienswijze blijkt dat eiser aangeeft dat hij niet naar de Moskee gaat, niet mee doet aan de Ramadan noch aan andere verplichte islamitische rituelen en diensten. Bovendien blijkt niet dat verweerder heeft betrokken dat eiser zich eerder niet heeft geuit in Iran omdat in Iran op afvalligheid de doodstraf staat. Eiser verklaart daarnaast in het nader gehoor dat hij in Iran niet van plan is om iets over de islam te zeggen, maar dat hij wel wil vertellen over het christendom. [19] Dat eiser verklaart dat hij niet over de islam zal praten maakt nog niet dat eiser daarmee geen uiting geeft aan zijn afvalligheid, nu eiser verklaart wel over het christendom te willen praten. Verweerder heeft verder in strijd met zijn eigen werkinstructie geen vragen gesteld aan eiser over wat het voor hem zal betekenen als hij zich bij terugkeer naar Iran moet conformeren aan de heersende religie.