ECLI:NL:RBDHA:2025:6651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Jemen wegens onvoldoende motivering risico ernstige schade
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, diende op 8 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 26 november 2024 af, stellende dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had en dat zijn benoeming tot stamopvolger niet geloofwaardig was. De rechtbank behandelde het beroep op 4 maart 2025.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer geen risico op vervolging of ernstige schade loopt, met name gelet op de situatie van zijn vader als stamhoofd die door de Houthi-rebellen wordt gezocht. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom de humanitaire situatie in Jemen niet in overwegende mate het gevolg is van het handelen van strijdende partijen, hetgeen relevant is voor de beoordeling van het risico op ernstige schade.
De rechtbank stelt dat de minister het gewijzigde toelatingsbeleid voor Jemen terecht toepaste, maar dat de motivering omtrent het individuele risico en de humanitaire situatie ontoereikend is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de overwegingen van de rechtbank. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.