ECLI:NL:RBDHA:2025:4905
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens overdracht aan Kroatië op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Syrische nationaliteit, diende op 11 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij op 12 september 2024 al een verzoek om internationale bescherming in Kroatië had ingediend. Nederland verzocht Kroatië om terugname, wat werd aanvaard.
De minister van Asiel en Migratie nam de asielaanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet op Kroatië van toepassing is vanwege schendingen van fundamentele rechten en onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, gesteund door recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook de persoonlijke ervaringen van eiser in Kroatië betreffen niet de situatie als Dublinclaimant.
Verder is geen sprake van bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken, ook niet vanwege medische klachten. Kroatië heeft bovendien toegezegd de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Kroatië.