ECLI:NL:RVS:2024:5359
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen vreemdelingen
Bij besluiten van 9 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een nieuw toetsingskader heeft gehanteerd voor de bewijslastverdeling bij Dublinzaken, waarbij het interstatelijk vertrouwensbeginsel als uitgangspunt geldt. De minister heeft terecht rekening gehouden met relevante informatie over de lidstaat Polen, maar zonder een verdergaande vergewisplicht.
Verder is geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de asielaanvragen niet onverplicht aan zich heeft getrokken, ondanks de door de vreemdelingen aangevoerde omstandigheden zoals vermeende mishandeling en onmenselijke behandeling in Polen. Er is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.