ECLI:NL:RBDHA:2025:11864
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, van Iraanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had op 12 februari 2025 een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat op 3 maart 2025 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het besluit een standaardvoornemen betrof dat niet zorgvuldig tot stand was gekomen en dat zijn bezwaren onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het voornemen de noodzakelijke motivering bevatte en dat het enkele feit dat niet alle bezwaren afzonderlijk waren behandeld niet tot vernietiging leidt.
Eiser stelde ook dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer van toepassing was vanwege systematische tekortkomingen in het Franse opvangsysteem, onderbouwd met het AIDA-rapport en andere bronnen. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende concreet en verwees naar eerdere uitspraken waarin het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd bevestigd.
Daarnaast voerde eiser medische belemmeringen aan op basis van een verklaring van een fysiotherapeut en stelde dat overdracht zou leiden tot een verslechtering van zijn psychische gesteldheid. De rechtbank oordeelde dat eiser de bijzondere ernst en onomkeerbaarheid van zijn gezondheidstoestand niet aannemelijk had gemaakt en dat de medische documenten onvoldoende waren om overdracht te verhinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.