Eiser, van Jemenitische nationaliteit, diende op 5 juni 2023 een asielaanvraag in die op 18 november 2024 werd afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. De minister erkende het asielmotief maar vond het risico op ernstige schade bij terugkeer onvoldoende aannemelijk, mede vanwege een vermeende verbeterde veiligheidssituatie in Jemen.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser, gelet op de precaire humanitaire situatie in Jemen en zijn persoonlijke omstandigheden, geen reëel risico loopt. De minister verwees slechts globaal naar het landenbeleid zonder de situatie van eiser individueel en in samenhang met de algemene situatie te beoordelen.
Daarnaast concludeert de rechtbank dat de minister onvoldoende rekening hield met de langdurige afwezigheid van eiser uit Jemen en het ontbreken van concrete informatie over risico’s voor terugkerenden. Het ontbreken van een duidelijke motivering over de relatie tussen het geweld en de strijdende partijen en de persoonlijke situatie van eiser leidt tot een motiveringsgebrek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.