ECLI:NL:RBDHA:2024:9584
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting naar Algerije
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 maart 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld in een uitspraak van 28 maart 2024. De staatssecretaris heeft vervolgens een vervolgkennisgeving ingediend om de voortzetting van de maatregel te beoordelen.
Eiser stelde dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Algerije en dat er weinig voortgang is in de uitzettingsprocedure. De rechtbank heeft dit onderzocht aan de hand van een voortgangsrapportage waaruit blijkt dat de staatssecretaris actief uitzettingshandelingen verricht, waaronder het aanvragen van laissez-passers en het opvolgen daarvan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een recente uitspraak geoordeeld dat er zicht is op uitzetting naar Algerije, ook voor ongedocumenteerden.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 26 maart 2024 rechtmatig is gebleven. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.