ECLI:NL:RBDHA:2024:6189
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder redelijk zicht op uitzetting
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is op 15 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting te houden.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 21 februari 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser stelt dat er geen redelijk zicht is op zijn uitzetting omdat hij niet wordt gepresenteerd en de overheid onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank stelt vast dat de Nigeriaanse autoriteiten hebben ingestemd met een presentatie op 14 maart 2024, waar eiser niet is verschenen. Verweerder heeft meerdere rappels gestuurd en vertrekgesprekken gevoerd. Uit jurisprudentie volgt dat eiser actief moet meewerken aan uitzetting. Het niet meewerken van eiser leidt ertoe dat de langere duur van bewaring voor zijn rekening komt.
De ambtshalve toetsing toont geen onrechtmatigheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.