Eiser, een Afghaan uit de provincie Baghlan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de authenticiteit van de overgelegde documenten en de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser, mede gelet op zijn leeftijd en het tijdsverloop sinds zijn vertrek uit Afghanistan.
De rechtbank stelt echter vast dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de risico's die uit Europa terugkerende Afghanen lopen bij terugkeer, mede vanwege onduidelijkheid in de beschikbare ambtsberichten over de situatie na de machtsovername door de Taliban. Deze onduidelijkheid maakt het noodzakelijk dat de staatssecretaris nader onderzoek verricht alvorens een besluit neemt.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.