ECLI:NL:RBDHA:2023:16023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse Tadzjiek wegens ontbreken vluchtelingstatus en subsidiariteit
Eiser, van Afghaanse nationaliteit en behorend tot de Tadzjiekse bevolkingsgroep, heeft meerdere asielaanvragen ingediend sinds 2015, die steeds zijn afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. De huidige asielaanvraag van 27 juli 2021 werd door verweerder afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelt vast dat verweerder niet tijdig heeft beslist, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen terecht is ingesteld, maar dit beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder inmiddels heeft beslist. Het inhoudelijke beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Tadzjiek in zijn regio een kwetsbare minderheid vormt of dat hij vanwege toegedichte afvalligheid/verwestering een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan. De situatie in Afghanistan is niet zodanig verslechterd dat subsidiariteit op grond van artikel 15c Kwalificatierichtlijn van toepassing is.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken wegens het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter R.H. van Marle op 27 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.