Eiser, een Afghaan die stelt gedwongen lid te zijn gemaakt van de Taliban, vroeg asiel aan in Nederland. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van zijn relaas over lidmaatschap en vervolging door de Taliban. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het asielrelaas niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, maar dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, vooral bij de toepassing van het landenbeleid Afghanistan.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris onvoldoende rekening heeft gehouden met de onvolledigheid van het ambtsbericht en het voordeel van de twijfel dat in sommige gevallen aan asielzoekers moet worden gegeven. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom eiser niet onder een risicogroep valt, terwijl zijn situatie mogelijk wel bijzondere aandacht verdient.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op opnieuw te beslissen, met inachtneming van de motiveringsvereisten en de individuele omstandigheden van eiser. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser.