ECLI:NL:RVS:2013:BZ8684
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat asielverzoek onvoldoende is gemotiveerd en vernietiging uitspraak rechtbank
De minister van Justitie wees op 23 juli 2010 de aanvraag van een vreemdeling en haar minderjarige zoon om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit niet zorgvuldig was genomen en onvoldoende was gemotiveerd. De staatssecretaris had terecht vastgesteld dat het asielrelaas van de vreemdeling onvoldoende positieve overtuigingskracht had, vanwege hiaten, vaagheden en tegenstrijdigheden in haar verklaringen over de Bundu dia Kongo, haar geloof en haar ontsnapping.
De door de vreemdeling overgelegde stukken boden geen voldoende weerlegging van deze bezwaren. Ook haar stellingen over trauma, leeftijd en opleidingsniveau konden het oordeel van de staatssecretaris niet veranderen. Daarnaast faalden haar bezwaren tegen het niet verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'alleenstaande minderjarige vreemdeling', omdat onvoldoende onderbouwing voor ongeschikte opvang in Congo was gegeven.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.