ECLI:NL:RVS:2013:1079
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende overtuiging herkomst
Bij besluiten van 5 maart 2012 wees de minister de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, met de opdracht tot nieuwe besluitvorming.
De minister, thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat een taalanalyse had moeten worden aangeboden, gezien de jonge leeftijd van de vreemdelingen, de posttraumatische stressstoornis (ptss) van vreemdeling 2 en het analfabetisme van vreemdeling 1. De staatssecretaris stelde dat de verklaringen van de vreemdelingen over hun herkomst geen positieve overtuigingskracht hadden en dat een taalanalyse daarom niet noodzakelijk was.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de verklaringen van de vreemdelingen onvoldoende overtuigend waren, mede gelet op tegenstrijdigheden en ongerijmdheden in hun verklaringen. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en de mogelijkheid dat de staatssecretaris redelijkerwijs van een taalanalyse kon afzien.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.