ECLI:NL:RVS:2013:2259
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep tegen intrekking verblijfsvergunning asiel
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft bij besluit van 14 maart 2012 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde. De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State toetste de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, een verantwoordelijkheid van de staatssecretaris die de bestuursrechter slechts terughoudend mag toetsen. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vreemdeling en zijn vader niet in redelijkheid aan de vreemdeling kon tegenwerpen.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris gemotiveerd had betwist dat de vreemdeling en zijn vader samen waren tijdens bedreigingen en het doen van aangifte, en dat de tegenstrijdigheden over de ontvoering en vrijlating essentieel waren voor het asielrelaas. De rechtbank had onvoldoende onderkend dat de staatssecretaris deze onderdelen terecht ongeloofwaardig achtte.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het intrekkingsbesluit alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.