ECLI:NL:RBDHA:2024:20809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister heeft op 30 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Algerijnse nationaliteit is, vanwege vreemdelingenrechtelijke redenen. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2024 behandeld via telehoorzitting.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat het Algerijnse consulaat niet reageert op de laissez-passer aanvraag. Tevens stelde hij dat hij wegens een mogelijke verstandelijke beperking onvoldoende in staat is de procedure te begrijpen en onvoldoende meewerkt. De rechtbank overweegt echter dat het ontbreken van reactie van de Algerijnse autoriteiten niet betekent dat uitzetting onmogelijk is, en dat ervaring leert dat het lp-traject tijd kost maar doorgaans wordt afgerond.
De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure en zijn verantwoordelijkheid begrijpt, zoals blijkt uit vertrekgesprekken waarin hij aangaf alles te begrijpen. Zijn gebrek aan medewerking wordt hem toegerekend. De minister handelt voortvarend door rappellen en gesprekken. Eiser heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die het voortduren van de bewaring onevenredig bezwarend maken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.