ECLI:NL:RBDHA:2024:14390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister legde op 4 maart 2024 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel meerdere keren getoetst en telkens als rechtmatig beoordeeld. Op 15 augustus 2024 heeft de minister de bewaring opgeheven.
Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister onvoldoende voortvarend had gehandeld. Ook voerde hij aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel vanwege medische klachten en gezinsleven, en dat de belangenafweging eerder in zijn voordeel had moeten uitvallen.
De rechtbank oordeelde dat het zicht op uitzetting niet ontbrak, dat de minister voldoende inspanningen had verricht, en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom een lichter middel passend was. Ook was er geen reden om aan te nemen dat de belangenafweging eerder tot opheffing had moeten leiden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.