ECLI:NL:RVS:2013:2415
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en voortvarendheid bij uitzetting van vreemdeling
De vreemdeling werd op 26 september 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld na een strafrechtelijke detentieperiode. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris bij de uitzetting, en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij voldoende voortvarend had gehandeld door het voeren van vertrekgesprekken, het verzenden van een aanvraag voor een laissez passer en meerdere rappels aan de Marokkaanse autoriteiten. De rechtbank had volgens de staatssecretaris ten onrechte geen rekening gehouden met deze inspanningen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de voortvarendheid onjuist had beoordeeld en dat de staatssecretaris niet tekort was geschoten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding afgewezen.