ECLI:NL:RBDHA:2023:9884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten Dublin-overdracht wegens onvoldoende belangenafweging minderjarig kind
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een gezin met minderjarige kinderen tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, die hun asielaanvragen niet in behandeling nam omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht toepassen en dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Ook werd geoordeeld dat verweerder voldeed aan de verplichtingen uit het arrest C.K door een medisch advies in te winnen en reisvoorwaarden te stellen voor de overdracht van het suïcidale minderjarige kind.
Echter, verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de bijzondere omstandigheden van het psychisch kwetsbare kind en het risico op suïcide bij wegvallen van de huidige Nederlandse ondersteuning geen reden waren om de overdracht te weigeren. Tevens had verweerder niet duidelijk gemaakt dat het belang van het kind in samenhang met dat van het gezin was meegewogen.
Daarom vernietigde de rechtbank de besluiten en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van artikel 6, eerste lid, van de Dublinverordening. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het belang van het minderjarige kind.