ECLI:NL:RVS:2022:1394
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-in-ontvangstneming verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam bij besluit van 25 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De vreemdeling stelde daartegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 april 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe juridische vragen bevat die beantwoord moeten worden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Bovendien was een vergelijkbare rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 8 juli 2021.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 12 mei 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.