ECLI:NL:RBDHA:2023:8190
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en oplegging boete bevestigd
De rechtbank Den Haag behandelde de beroepen van eiser tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas betreffende de herziening en terugvordering van bijstand en de oplegging van een bestuurlijke boete.
Eiser kreeg bijstandsuitkering sinds 2011. Na melding dat hij sinds 2015 als voorzitter van een Stichting stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, startte het college een onderzoek. Dit leidde tot het besluit de bijstand vanaf 9 april 2015 terug te vorderen over de periode tot eind 2016, omdat eiser op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht die niet waren gemeld. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiser werkzaamheden verrichtte en dat hij de inlichtingenverplichting had geschonden. De terugvordering en boete waren daarom terecht. Het beroep tegen het besluit tot herziening en terugvordering was niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang bij het eerdere besluit. De beroepen tegen de boete en het gecorrigeerde herzieningsbesluit werden ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de bijstand en de opgelegde boete worden bevestigd; de beroepen zijn ongegrond of niet-ontvankelijk.