ECLI:NL:RBDHA:2023:1938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld en overwogen dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië.
Eiser stelde dat de situatie in Italië voor Dublin-terugkeerders onzeker is, met risico op indirect refoulement en onvoldoende opvang en asielprocedure, zoals blijkt uit het ECRE-rapport. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Italië zodanig is verslechterd dat het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. Ook de opschorting van overdrachten door Italië werd door de rechtbank als tijdelijk en feitelijk overdrachtsbeletsel beoordeeld, waarbij verweerder de aanvraag pas inhoudelijk hoeft te behandelen als de overdrachtstermijn wordt overschreden.
Verder wees de rechtbank het betoog van eiser af dat zijn persoonlijke omstandigheden, zoals het ontbreken van een aparte regeling voor jongvolwassenen in Italië, onvoldoende zijn gemotiveerd en verweerder hier adequaat op heeft gereageerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt bevestigd.