Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
22 november 2023 in de zaak tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser(gemachtigde: mr. M.J. van Dam),
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 837;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiser te vergoeden.
Overwegingen
- eiser in 2018 in Nederland verzekerd en premieplichtig is voor de Nederlandse premies volksverzekeringen;
- eiser de Liechtensteinse sociale zekerheidspremies kan verrekenen met Nederlandse premies volksverzekeringen;
- verweerder de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden;
- verweerder ten onrechte artikel 73 van Pro de Toepassingsverordening (verordening (EG) nr. 987/2009) niet heeft toegepast;
- of de uitworp van haar aangifte voor het onderhavige jaar berust op discriminatie.
op welke grond dan ook” is opgenomen, volgt de rechtbank hem niet. Deze zinsnede is namelijk al sinds de grote wijziging van 1983 in artikel 1 van Pro de Grondwet opgenomen.