Uitspraak
3.Intrekking Nederlanderschap (SGR 19/8055)
Rapport CTIVD
Samenloop met het strafrecht
.Van een zorgvuldigheids- en/of motiveringsgebrek is geen sprake.
Het beginsel van (non)discriminatie
Essentiële belangen van de Staat
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nederlandse, Marokkaanse en Egyptische nationaliteit, is in 2016 naar Syrië vertrokken en heeft zich aangesloten bij ISIS, waar hij als strijder gewapende beveiligingstaken uitvoerde. Verweerder heeft op grond van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap ingetrokken en eiser tot ongewenst vreemdeling verklaard wegens gevaar voor de nationale veiligheid en het belang van de internationale betrekkingen.
De rechtbank heeft het ambtsbericht van de AIVD als voldoende feitelijke grondslag aanvaard, ondanks dat de onderliggende stukken niet zijn ingezien vanwege geheimhouding en het ontbreken van toestemming van eiser. De rechtbank oordeelt dat de maatregel noodzakelijk en proportioneel is en niet in strijd met discriminatieverboden of het verbod op staatloosheid.
Ook de ongewenstverklaring op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 is terecht, mede gelet op het ontbreken van familie- of gezinsleven in Nederland. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de besluiten worden bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het Nederlanderschap en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard en de besluiten worden bevestigd.