Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 788.716
€ 65.600
- sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt;
- met betrekking tot de door eiseres aan haar ouders regulier verpachte grond sprake is van een in het maatschappelijk verkeer ongebruikelijke terbeschikkingstelling als bedoeld in artikel 3.91, derde lid, van de Wet IB 2001 en zo ja, of het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden door verweerder juist is berekend;
- verweerder bij het vaststellen van de bestreden navorderingsaanslagen heeft gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel.