ECLI:NL:RBDHA:2020:14563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening met betrekking tot overdracht aan Italië
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank overwoog dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, zoals bevestigd in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Eiseres voerde aan dat er sprake is van kwetsbaarheid en dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, met verwijzing naar interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het arrest Jawo. De rechtbank stelde echter vast dat de informatie onvoldoende is om aan te nemen dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een overdracht verbieden, en dat verweerder geen aanvullende garanties hoeft te vragen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het unierechtelijk evenredigheidsbeginsel werd verworpen, evenals het verzoek om aanhouding van de procedure in afwachting van een beslissing van het EHRM. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de overdracht aan Italië kan plaatsvinden zonder schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Italië is toegestaan.