Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Artikel 3 van Pro het EVRM - discriminatie
pataka). Verweerder heeft eiser mogen tegenwerpen dat, ondanks dat eiser stelt dat hij zichzelf nooit heeft geregistreerd, niet is aangetoond dat hij niet wederom een identiteitskaart of vervangende identiteitsdocumenten kan verkrijgen. Eiser stelt bovendien dat zijn aanwezigheid werd gedoogd. Niet valt in te zien dat niet wederom in zijn aanwezigheid zal worden berust. Gelet hierop is door eiser niet aannemelijk gemaakt dat juist hij bij terugkeer naar Libië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM door (in detentie) te worden gemarteld, zodat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij in zoverre niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, sub 1 of 2, van de Vw 2000.
‘specific risk’zal dan ook onbesproken blijven. In geschil is enkel de juridische kwalificatie van de algemene veiligheidssituatie in het gebied van herkomst van eiser.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, begroot op € 1.240,00.