ECLI:NL:RBBRE:2012:CA0388
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslagen en boetes wegens niet aangegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes wegens het niet aangeven van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg. De inspecteur baseerde zich op gegevens die via Belgische autoriteiten waren verkregen, welke de rechtbank als rechtmatig en authentiek beoordeelde. Belanghebbende betwistte de identificatie als rekeninghouder, de rechtmatigheid van de gegevens en de voortvarendheid van de inspecteur.
De rechtbank achtte aannemelijk dat belanghebbende en zijn echtgenote de rekeninghouder waren en verwierp de bezwaren tegen de authenticiteit en rechtmatigheid van de informatie. De inspecteur had de navorderingsaanslagen voor de jaren 2002 tot en met 2006 met redelijke schatting vastgesteld en de boetes passend opgelegd wegens opzet. Wel werd geoordeeld dat de navorderingsaanslag van 2001 niet voortvarend genoeg was opgelegd en daarom vernietigd.
Verder constateerde de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn van bijna twee jaar, wat leidde tot matiging van de boetes met 20%. Ook werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en boetes zijn grotendeels terecht, maar boetes worden gematigd wegens overschrijding redelijke termijn en navorderingsaanslag 2001 wordt vernietigd.