Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
CDC”,
MAN SE,
MAN TRUCK & BUS AG,
MAN”,
Volvo/Renault”,
Daimler”,
Scania”,
stelplichtvonnis));
1.De procedure
- DAIM-0016;
- IVEC-0010 t/m IVEC-0012;
- MAN-0011 (updated versie van 19 augustus 2025);
- TRUC-0070;
2.Inleiding
- Algemene inleiding schadedebat
- Methodologie, data, overcharge en agree/disagree
- Emissieschade
- Value of commerce
- Volume of commerce
- Plausibiliteit
- Doorberekeningsverweer.
.Op basis van die publicaties kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden geoordeeld dat CDC (of de Achterliggende partijen) op (één van) die momenten kennis had genomen of redelijkerwijs kan worden geacht kennis te hebben genomen van de hiervoor bedoelde informatie. Het persbericht van de Commissie zegt niet meer dan dat op 18 januari 2011 onaangekondigde inspecties hebben plaatsgevonden “in the truck industry”. Er worden geen Truckfabrikanten genoemd. De Commissie schrijft onder meer:
4.De Inbreuk – onrechtmatigheid
5.Plausibiliteit van schade (bruto lijstprijzen)
sharing of price intentions(…), Professor Harrington’s theory is of less interest. (…)”
6.Overcharge
- Daimler heeft een rebuttal rapport [20] overgelegd en drie landspecifieke overchargerapporten
met betrekking tot Duitsland [21] , Frankrijk [22] en Spanje [23] , alle opgesteld door E.CA Economics.
- CNH/Iveco heeft een rebuttal report [24] van Compass Lexecon overgelegd. Daarnaast heeft CNH/Iveco Compass Lexecon een regressieanalyse laten uitvoeren, waarvan ook een rapport [25] is overgelegd.
- een overzicht geven van de gehanteerde databronnen en methodes van partijen,
- de punten van overeenkomst tussen de experts van partijen te identificeren,
- het uiteenzetten van de belangrijkste verschillen tussen de experts van partijen, aangeven hoe deze het beste geadresseerd kunnen worden en uiteen te zetten wat de belangrijkste tekortkomingen zijn van de door de experts van CDC gebruikte data en analyse.
’. Voor de Truckfabrikanten is dat deel gedaan door dr. [naam] .
Hence, to assess the counterfactual it is inevitable that you enter into the ‘realms of economic fantasy’ and carry out economic modelling. (…) All models are necessarily simplifications of the real world. They rely on assumptions, and can vary in the degree to which they take into account all factors that may influence the counterfactual. This variation is often driven by constraints on data, time, or budgets.” [38]
structural breaktest, die identificeert welke datum correspondeert met de grootste onverklaarde verandering van prijzen, in de context van het model en de data van Schinkel & Huberts 2024. De conclusie is dat 28 juni 2010 de ‘effectieve’ einddatum van de Inbreuk was. Volgens dr. [naam] is onduidelijk waarom Schinkel & Huberts 2024 een alternatieve (eerdere) einddatum prefereert boven de einddatum die is vastgesteld in het Besluit. De door de Commissie vastgestelde start- en einddatum van de inbreuk vormen een natuurlijk
- de dataset waarop de analyses in Schinkel & Huberts 2024 zijn gebaseerd is te klein;
- de interne kostendata van de verschillende Truckfabrikanten zijn niet meegenomen;
- er is geen rekening gehouden met stuctureel grotere onderhandelingsmacht van kopers van vrachtwagens ná het kartel dan tijdens het kartel;
- er is geen rekening gehouden met merk-, land- of afnemerspecifieke modellen;
- de controlevariabelen voor vraag- en aanbodfactoren zijn niet goed;
- er is uitgegaan van een verkeerde datum waarop het karteleffect geleidelijk begint te verdwijnen;
- het opnemen van Euro-emissienormen als verklarende variabele in het regressiemodel leidt tot fragmentatie van de tijdreeks.
- de omvang van de dataset van CDC is representatief en meer dan voldoende groot en correct, en bevat werkelijke observaties;
- de private, endogene kostenreeksen van de Truckfabrikanten zijn onduidelijk, onvergelijkbaar verschillend en vervuild;
- er is geen enkel bewijs voor een structureel grotere onderhandelingsmacht van kopers van vrachtwagens na het kartel dan tijdens het Kartel;
- een totaalbenadering is veel beter dan het fragmenteren van de analyses naar merk- en landspecifieke regressies; er is geen sprake van vertekening, het Kartel verhoogde de bruto catalogusprijzen voor heel Europa;
- de controlevariabelen voor vraag- en aanbodfactoren zijn exogeen en uit objectieve publieke bronnen;
- er is volop bewijs dat de formele en effectieve karteldatums verschillen en als de effectieve kartel einddatum niet (juist) gedateerd wordt, verslechtert de analyse sterk;
- met betrekking tot de EURO-normen is het juist cruciaal om te controleren voor deze belangrijke vrachtwageninnovaties over de tijd voor een during-after-vergelijking.
before-during-and-after-analyse te doen). Ook zijn 14 vrachtwagens die in 2018 waren gekocht buiten beschouwing gelaten (ook data van na 2018 zijn niet meegenomen). Zo kwam het aantal op 5.037. [45] Tot slot heeft nog een handmatige controle en correctie van de data plaatsgevonden, waarbij voor elke vrachtwagentransactie de onderliggende documentatie is gecontroleerd, Achterliggende partijen zijn nagebeld om missende waardes aan te vullen en incorrecte waardes zijn gecorrigeerd (“there were 159 for which no (sufficiently reliable) price measurement was available. Furthermore, 2 trucks had no engine power recorded and for a further 3 trucks engine displacement was missing”). Dit heeft geresulteerd in de representatieve en accurate set van 4.873 transacties:
- uit de basisanalyse volgt een overcharge van 7,69-7,78%;
- uit de analyse met de set van 3.427 een overcharge van 8,42-8,98%; en
- uit de analyse met de set van 2.279 10,33%.
- steekproefomvang: voldoende observaties om de prijsopslag nauwkeurig te schatten en andere relevante factoren die prijzen beïnvloeden mee te nemen;
- informatie over belangrijke variabelen: de data omvatten voldoende informatie over de relevante factoren die prijzen beïnvloeden;
- nauwkeurigheid van de data: variabelen worden correct vastgelegd voor elke observatie;
- transparantie: het verzamelen van de data en het bepalen van de steekproef is duidelijk en transparant;
- de steekproef reflecteert de relevante populatie.
- de CDC-dataset te klein is gezien de grote verscheidenheid van trucks, merken en markten in set;
- er informatie ontbreekt over truckkosten en een aantal vrachtwagenkenmerken;
- er meerdere fouten zijn geconstateerd in de dataset;
- transparantie ontbreekt omdat de dataverwerking en selectie van de dataset niet door prof. dr. Schinkel en dr. Huberts zijn uitgevoerd, maar door CDC, en sommige stappen van het selectieproces zijn onduidelijk;
- de representativiteit niet kan worden geverifieerd.
2.2 Truck characteristics
Power in kilowattand
Displacement in cm3.
Brand, Type of truck, Emission norm, Transmission, Chassis type, Wheels, Natural gas conversion kit, Aero package, Rear steering axle,an
Retarder.
Iron ore price index, Non-ferrous metals and ores price index, Labor cost index,and
Electricity price.
GDP indexas a control of demand based on the GDP indices of the countries in which the trucks were ordered.
TKM index, which included the country-specific TKM index for the countries in which the trucks were ordered.
daadwerkelijkekosten van een specifieke vrachtwagen zoals geregistreerd in hun interne systemen. Ook stellen zij dat de set van “(slechts) dertien” technische vrachtwageneigenschappen te beperkt is en niet geschikt om verschillen in kosten tussen vrachtwagens adequaat te verklaren. Volgens hen is het “simplistisch te denken dat er impact van kosten op een complex product zoals vrachtwagens kan worden vastgelegd door enkel de zeven kenmerken waarmee S&H proberen met die kosten rekening te houden”. De openbare en geaggregeerde kostenindexen die in Schinkel & Huberts 2024 worden gebruikt zijn een “fundamenteel gebrek”, “duidelijk niet representatief” en “aantoonbaar ongeschikte benaderingen” van de daadwerkelijke, specifieke en veranderende productiekosten van individuele vrachtwagens, aldus de Truckfabrikanten. Het blijft evenwel bij dit soort algemene stellingen waarvan in de overzichtsakte (of nadere akte) geen nadere onderbouwing wordt gegeven. Er wordt wel verwezen naar diverse Rebuttal Rapporten, maar ook daarin wordt, zoals zijdens CDC ook gemotiveerd is betoogd, niet daadwerkelijk ingegaan op de vermeende tekortkomingen in de analyse in Schinkel & Huberts 2024. Voor zover de rechtbank kan nagaan – zonder zichzelf in detail in die rapporten te verdiepen, hetgeen niet de taak van de rechtbank is – is dit inderdaad niet het geval. Ook ter zitting is de discussie over de inhoud van Schinkel & Huberts 2024 beperkt gebleven. Er is steeds gezegd dat de dertien technische eigenschappen te beperkt zijn, maar wat er dan concreet ontbreekt en waarom dat erg is, is niet duidelijk gemaakt. Dit terwijl, zoals hiervoor onder 6.33 is weergegeven, door CDC uitvoerig en diepgaand onderzoek is gedaan naar de verschillende eigenschappen van vrachtwagens. Op dat onderzoek is zijdens de Truckfabrikanten helemaal niet inhoudelijk gereageerd. Hetzelfde geldt ten aanzien van de controlevariabelen voor de productiekosten, zoals grondstoffen. Tijdens de zitting is nogmaals opgemerkt dat in vrachtwagens ook plastic en leer wordt gebruikt – en dat lijkt ook juist – maar is op geen enkele manier toegelicht dat en waarom het niet meenemen van de prijsindex voor leer en/of plastic de analyse in Schinkel & Huberts 2024 zou vertekenen en tot een onjuiste (te hoge) prijsopslag zou leiden. Aan de andere volgens de Truckfabrikanten ontbrekende productie-inputs (zie 6.38) is geen aandacht besteed. Verder is er zijdens de Truckfabrikanten wat geschoven met (de schaal van) een grafiek [63] om aan te tonen dat de in Schinkel & Huberts 2024 gebruikte kostenindexen niet in lijn zouden zijn met de daadwerkelijke vrachtwagenkosten (wat dat dan ook moge zijn, waarover later meer), maar dat overtuigt niet. Ook werd bij de presentatie van die grafiek met een plaatje in beeld gebracht dat de kostenfluctuaties in het model in Schinkel & Huberts 2024 (zoals ook reeds in de overzichtsakte was gesteld) geen statistisch significante impact op de prijzen hebben, wat volgens dr. [naam] in zou gaan tegen economische verwachtingen:
trucking services supply– or capacity, with another term. (…) Ceteris paribus, when the supply of transportation services is already large, and indeed close to demand, so that there is little unmet demand, the demand for additional trucks, which are fixed production factors to produce more transportation services with, should be expected to decrease. This explains why TKM has a negative effect on truck prices: as TKM increases, the supply of trucking services rises, which induces demand for trucks to fall, truck purchases fall, hence process decline.”
daadwerkelijkekosten van een specifieke vrachtwagen zoals geregistreerd in de interne systemen van de betreffende Truckfabrikant(en). Prof. dr. Schinkel en dr. Huberts hebben gewezen op diverse problemen die zich bij het gebruik van deze ‘daadwerkelijke’ kosten voordoen. De rechtbank noemt er een aantal die het meest in het oog springen:
7.Volume of commerce
na-ijlperiode is en zo ja wat de duur van die periode is.”
Voor alle transactieshebben de Truckfabrikanten in kaart gebracht of de Claimanten hebben voldaan aan de initiële stelplicht.
- b)
- c)
- d)
- a) De Truckfabrikanten identificeren een vrachtwagen in hun systemen op basis van de door de Claimanten verstrekte VIN. Indien de Claimanten in het geheel geen VIN hebben verstrekt, hebben de Truckfabrikanten de betreffende vrachtwagen dus niet kunnen traceren. Bij een incomplete VIN is dat in sommige gevallen wel gelukt, door de incomplete VIN te combineren met andere gegevens zoals het merk van de vrachtwagen. Niet alle Truckfabrikanten hebben echter die mogelijkheid. Ook als de Claimanten een complete VIN van 17 tekens hebben opgegeven, betekent dat echter niet dat de vrachtwagen altijd in de systemen van de Truckfabrikanten te vinden is. Ten eerste zijn die systemen niet compleet. Ten tweede kan de VIN ongeldig zijn, bijvoorbeeld omdat de Claimanten de VIN verkeerd hebben overgenomen in hun Transactieoverzichten.
- b) Ook als de Truckfabrikanten een bepaalde vrachtwagen in hun systemen kunnen traceren, bevatten die niet noodzakelijk informatie over de door de desbetreffende Claimant gestelde transactie. Zo komen tweedehands verkopen over het algemeen niet terug in de verkoopadministratie van de Truckfabrikanten. Bovendien werken sommige Truckfabrikanten met een netwerk van (onder meer) onafhankelijke dealers, die de vrachtwagen kopen van de desbetreffende Truckfabrikanten en vervolgens (door)verkopen aan de eindafnemers.
- c) Door het tijdsverloop sinds de Inbreukperiode zijn de verkoopgegevens van de
- d) Gelet het voorgaande gaat het om een voorlopige analyse. De Truckfabrikanten behouden zich het recht voor om in een later stadium, indien daarvoor aanleiding zou zijn, nadere verweren te voeren op basis van een meer uitgebreide analyse van hun verkoopgegevens.
matchenmet hun eigen data, bij de uitvoering waarvan zij coulant zijn geweest. De Truckfabrikanten wijzen erop dat hun nadere onderzoek ertoe heeft geleid dat een groot deel van de vrachtwagentransacties alsnog wordt erkend (althans niet wordt betwist).
volledigeconclusie van antwoord dienden te nemen. De rechtbank heeft dit uitdrukkelijk aangegeven in een e-mail van 8 juli 2019, zoals volgt uit onderstaand citaat:
-regressieanalyses.
8.Value of Commerce
percentagevan de verkoopprijs van de vrachtwagen en (ii) de dealer margin die een
vast bedragis.
9.Emissieschade
zouden hebben beslotentot vervanging van hun bestaande vrachtwagens met oude emissietechnologie door vrachtwagens met nieuwe emissietechnologie,
zou zijn gekocht,
zou zijn gereden,
10.Doorberekeningsverweer
11.Conclusie
- het verjaringsverweer naar Nederlands recht (dit slaagt niet);
- de data die moeten worden gebruikt bij de begroting van de schade (dataset CDC);
- het overchargepercentage (7%);
- de na-ijlperiode (tot 30 mei 2013),
- de emissieschade (zal worden afgewezen);
- de methodologie voor de vaststelling van het volume of commerce;
- de uitgangspunten voor de vaststelling van de value of commerce;
- het doorberekeningsverweer (geen categorische afwijzing).
12.De beslissing
10 juni 2026voor uitlating door partijen zoals hiervoor onder 11.2 bedoeld,