ECLI:NL:RBAMS:2025:1024
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Amsterdam matigt Wav-boete wegens onterechte hoogte en bevestigt werkgeverschap platform Uber Eats
De minister legde Uber Portier B.V. (Uber Eats) een boete van €6.000,- op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte. Uber Eats betwistte het werkgeverschap en stelde dat de koerier als zelfstandige met een studievergunning werkte, waardoor een uitzondering op het tewerkstellingsverbod zou gelden.
De rechtbank stelde vast dat Uber Eats als werkgever moet worden aangemerkt, omdat de koerier arbeid ten dienste van Uber Eats verrichtte en Uber Eats feitelijke bemoeienis had met de uitvoering van de werkzaamheden, zoals het bepalen van ritprijzen, het gebruik van de app, en het betalingsproces. De arbeidsverhouding vertoonde kenmerken van een arbeidsovereenkomst, mede gelet op het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad.
De rechtbank verwierp het standpunt dat de koerier als zelfstandige werkte en concludeerde dat de minister terecht het tewerkstellingsverbod heeft vastgesteld. De boete werd echter gematigd van €6.000 naar €3.600 vanwege normale verwijtbaarheid van Uber Eats, onvoldoende tijdige maatregelen na constatering van overtredingen, en een aanzienlijke overschrijding van de wettelijke beslistermijn. De openbaarmaking van inspectiegegevens werd bevestigd als rechtmatig.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de minister het griffierecht aan Uber Eats moet vergoeden, maar veroordeelde de minister niet in proceskosten vanwege samenhang met andere zaken.
Uitkomst: De boete wordt gematigd van €6.000 naar €3.600 en Uber Eats wordt als werkgever in de zin van de Wav aangemerkt.