ECLI:NL:RVS:2013:617
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door uitgeverijen en depothouders
Bij besluiten van 1 augustus 2011 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan vijf vennootschappen boetes op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De vennootschappen stelden onder meer dat de boetes onrechtmatig waren opgelegd omdat depothouders zelfstandigen zijn en niet adequaat waren geïnformeerd over hun rechten, dat de inspecties mogelijk discriminerend waren, dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd en dat de boetes niet in verhouding stonden tot hun verwijtbaarheid. Ook voerden zij aan dat de uitgeverijen niet als werkgevers konden worden aangemerkt vanwege uitbesteding en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren. De boetes waren terecht opgelegd, het ruime werkgeversbegrip is passend en conform jurisprudentie, en de minister heeft de discretionaire bevoegdheid tot boeteoplegging correct toegepast. De boetes zijn evenredig en de minister heeft niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel gehandeld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.