ECLI:NL:RVS:2021:1112
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete na arbeidsongeval door verschuivende pallets in distributiecentrum
Op 27 juli 2016 liep een medewerkster van [appellante sub 2] een hersenschudding op door vallende goederen veroorzaakt door verschoven diepteliggers in een distributiecentrum. De minister legde een boete van €72.000 op wegens overtreding van het Arbobesluit. Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank verlaagd naar €25.200.
Zowel de staatssecretaris als [appellante sub 2] gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel [appellante sub 2] het gevaar had onderkend en maatregelen nam, er op het moment van het ongeval nog geen veilige werkwijze was ontwikkeld. De tijdelijke werkwijze was onvoldoende omdat niet altijd zichtbaar was of diepteliggers scheef lagen.
De Afdeling erkende wel dat de na het ongeval geïnstalleerde H-frames een adequate maatregel vormden en matigde de boete daarom met 25%. Verdere matiging werd niet toegekend omdat andere inspanningen niet specifiek gericht waren op het voorkomen van deze overtreding. De boete werd vastgesteld op €23.625. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vastgesteld op €23.625 na matiging wegens adequate maatregelen na het ongeval.