Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Inleiding
2.Het onderzoek ter terechtzitting
mrs. A.S. Bijleveld en M.P. Kok (hierna: de officier van justitie), en van wat verdachte en zijn raadsman mr. J.C.B. Dionisius, advocaat te Breda, naar voren hebben gebracht.
3.Tenlastelegging
4.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Het standpunt van de verdediging
6.Waardering van het bewijs
arrival noticevan de rederij [naam 12] vermeldt dat de afzender van de container [bedrijfsnaam 12] uit [plaats 3] in [land 2] is. De container is bestemd voor [bedrijfsnaam 5] B.V. te Schiphol. Zij had opdracht gegeven tot het transport van deze container. [56]
- de mailbox van [mailadres 5] in de periode van 12 februari 2018 tot en met 2 september 2019 met ruim 50 e-mailberichten;
- de mailbox van [mailadres 1] in de periode van 30 mei 2019 tot en met 2 september 2019 met ruim 300 e-mailberichten.
- Arrival notice[naam 12] met betrekking tot de zending van de containers met nummer [nummer 14] met als consignee [bedrijfsnaam 5] B.V. en als contactpersoon [naam 17] en als telefoonnummer [telefoonnummer 3] ;
- Delivery order[naam 12] met betrekking tot de zending van de container met nummer [nummer 14] ;
- T1-document met betrekking tot de zending van container met nummer: [nummer 14] ;
- Importfactuur [naam 12] met betrekking tot de zending van de container met nummer [nummer 14] ten name van [bedrijfsnaam 5] B.V. van 28 augustus 2019 van € 450,-
rechtbank: [medeverdachte 4]) samen? Maar ja, dan zijn we een jaar verder en eh we hebben een en ander echt al opgezet en draaiende.” [163]
7.Bewezenverklaring
- artikel 10, vierde en vijfde lid Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen en het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van (verdovende) middelen als bedoeld in lijst I van de Opiumwet;
- artikel 10a Opiumwet, te weten voorbereidingshandelingen om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voor te bereiden of te bevorderen;
- artikel 11, vierde lid Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen van (verdovende) middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet;
- artikel 420 bis Pro/ter/quater van het Wetboek van Strafrecht, te weten gewoontewitwassen, dan wel opzettelijk witwassen, dan wel schuldwitwassen van voorwerpen, waaronder geldbedragen;
- artikel 10, vierde en vijfde lid Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen en het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van (verdovende) middelen als bedoeld in lijst I van de Opiumwet;
- artikel 10a Opiumwet, te weten voorbereidingshandelingen om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet Pro, voor te bereiden of te bevorderen;
- artikel 11, vierde lid Opiumwet, te weten het binnen het grondgebied van Nederland brengen van (verdovende) middelen als bedoeld in lijst II van de Opiumwet;
- artikel 420 bis Pro/ter/quater van het Wetboek van Strafrecht, te weten gewoontewitwassen, dan wel opzettelijk witwassen, dan wel schuldwitwassen van voorwerpen, waaronder geldbedragen;
- een geldbedrag van in totaal 354.470 euro (contant gestort op bankrekeningen van rechtspersonen);
- een voertuig, te weten een BMW type 5ER Reihe;
- een wapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie I onder 3o van de Wet wapens en munitie, te weten een boksbeugel;
- een wapen in de zin van artikel 2 lid Pro 1, categorie II onder 6o van de Wet wapens en munitie, te weten een pepperspraypistool;
- munitie in de zin van artikel 2 lid Pro 2, categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een patroon.
8.De strafbaarheid van de feiten
10.Motivering van de gevangenisstraf
11.De in beslag genomen voorwerpen
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 140, 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10, 11, 11b en 13a van de Opiumwet;
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
13.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
10 (tien) jaren.
- [.]
- [.]