Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
(art. 11b van de Opiumwet en art. 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht);
(art. 2, onder B en art. 3, onder b van de Opiumwet);
(art. 420bis, lid 1 aanhef onder a en b van het Wetboek van Strafrecht);
(art. 2, onder C van de Opiumwet).
3.Waardering van het bewijs
5 november 2017 in die woning aanwezig was. Uit de chats met medeverdachten blijkt dat verdachte wist dat die avond daar ook drugs aanwezig zouden zijn. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte ook wist van deze verdovende middelen, die duidelijk in het zicht lagen. Dat verdachte mogelijk eerder uit die woning is vertrokken dan de medeverdachten, zoals door de verdediging is betoogd, laat het voorgaande onverlet. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte deze, samen met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] die ook in die woning waren, opzettelijk aanwezig heeft gehad.
4.Bewezenverklaring
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, 11, derde en vijfde lid en 11a Opiumwet en
- witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht,
- hoeveelheden cocaïne en/of heroïne en
- hoeveelheden hasj;
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
78 maanden (zesenhalf jaren)passend. In die zin wijkt de rechtbank in het voordeel van verdachte af van de eis van de officieren van justitie. De rechtbank komt overigens ook tot een bewezenverklaring van minder feiten dan door de officieren van justitie geëist en een partieel ontslag van rechtsvervolging. Met toepassing van de strafkorting voor de termijnoverschrijding zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van
74 maandenopleggen.
8.Het beslag
- verbeurdverklaring van de onder 2, 3 en 9 genoemde geldbedragen, de onder 7, 8, 12, 13. 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22 en 23 genoemde telefoons en het Rolex horloge;
- onttrekking aan het verkeer van 4, 5, 6, 11, 24, 25 en 26 genoemde voorwerpen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
74 (vierenzeventig) maanden.
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
47.[...]
48.[...]
55.[...]
57.[...]
58.[...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]